Wet- en Regelgeving

Rijksbegroting 2019: werkgeverszaken

Het kabinet presenteerde dinsdag 18 september de Rijksbegroting voor 2019. In dit artikel vindt u een overzicht van de belangrijkste punten uit de Rijksbegroting op het gebied van werkgeverszaken. Het gaat vooral om uitvoering en implementatie van bestaand beleid.

Andere voor woningcorporaties relevante plannen uit de Rijksbegroting staan in dit artikel.

  • Om een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) te bevorderen en een positieve en sterke leercultuur tot stand te brengen stelt het kabinet in 2019 1,5 miljoen euro beschikbaar. Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen, zoals FLOW, kunnen een beroep doen op deze middelen.
     
  • Om gezond en veilig werken te stimuleren wordt er jaarlijks 50 miljoen euro extra geïnvesteerd in de versterking van de handhaving van Inspectie SZW. Daarnaast reserveert het kabinet ruim 36 miljoen euro voor een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag in 2019. En is er in 2019 12 miljoen euro beschikbaar van ZonMw voor projecten die bijdragen aan een goed werkende aanpak van verward gedrag, ook voor woningcorporaties.
     
  • In de Rijksbegroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er aandacht voor de al in april aangekondigde Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Het kabinet wil het voor werkgevers aantrekkelijker maken om mensen in vaste dienst te nemen. Hiermee wordt gepoogd de wig tussen vaste en flexibele werknemers te verkleinen. Het wetsvoorstel moet in het najaar van 2018 bij de Tweede Kamer liggen. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2020. 
     
  • Het kabinet stelt een onafhankelijke commissie in die zal onderzoeken of ons huidige stelsel van arbeidsrecht, sociale zekerheid en fiscaliteit nog aansluit op de arbeidsmarkt van de toekomst
     
  • De Wet Arbeid en Zorg wijzigt in 2019 op twee onderdelen: het kraamverlof wordt uitgebreid tot geboorteverlof met een omvang van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met behoud van loon en het pleegzorg- en adoptieverlof wordt met twee weken verlengd tot zes weken.
     
  • De verwachting was dat minister Koolmees van Sociale Zaken, werkgevers en vakbonden voor Prinsjesdag 2018 een akkoord zouden bereiken over de vernieuwing van het pensioenstelsel. Dit is echter niet geval. Het is nu wachten op een akkoord.
     
  • In de Rijksbegroting is geld opgenomen om de loondoorbetalingsverplichting van kleine werkgevers (tot 25 werknemers) te verkorten naar één jaar. 
     
  • Het kabinet kondigt in de Rijksbegroting aan dat zij in 2019, ter vervanging van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (opvolger van de VAR-verklaring voor zzp’ers), maatregelen gaat uitwerken waarmee, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt, schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt tegengegaan. De opschorting handhaving Wet DBA is verlengd tot 1 januari 2020. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Dit geldt niet voor kwaadwillenden.
     
  • In 2017 is besloten tot een stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon. Als laatste stap (per 1 juli 2019) krijgen werknemers vanaf 21 jaar (in plaats vanaf 22 jaar), recht op het volledige minimumloon en gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar verder omhoog.
     
  • De WW-premie, helemaal voor rekening van de werkgever, stijgt naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2019 van 2,85 procent naar 3,25 procent. Deze wordt gebruikt om WW-uitkeringen te financieren met een duur van langer dan zes maanden. De hoogte van de WW-premie is nog onder voorbehoud van vaststelling van de sectorfondspremies. De gemiddelde sectorpremie wordt in 2019 vermoedelijk verlaagd van 1,28 procent naar 1,12 procent. De sectorpremie wordt gebruikt om de eerste zes maanden van de WW-uitkeringen te financieren en komt ook volledig voor rekening van de werkgever.
     
  • De werkgeversbijdrage Zorgverzkeringswet stijgt per 1 januari 2019 van 6,90 procent naar 6,95 procent van het loon. Een werkgever is verplicht deze inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet aan de Belastingdienst te betalen.