Nieuws

Rijksbegroting 2019: de belangrijkste plannen voor woningcorporaties

Het kabinet presenteerde dinsdag 18 september de Rijksbegroting voor 2019. Op deze pagina vindt u een overzicht van de belangrijkste plannen voor woningcorporaties. De meeste daarvan waren al bekend. Lees ook de reactie van Aedes op de begroting.

Een overzicht van de belangrijkste punten uit de Rijksbegroting op het gebied van werkgeverszaken staan in dit artikel.

Belastingmaatregelen

  • Er komt een nieuwe heffingsvermindering voor verduurzaming van 100 miljoen euro structureel vanaf 2022. Tot die tijd is er 150 miljoen euro beschikbaar. Woningen die onder de verhuurderheffing vallen en met minimaal 3 energie-indexstappen verbeterd worden naar een maximale energie-index van 1,4, komen in aanmerking voor deze heffingsvermindering. Deze maatregel gaat naar verwachting in in het voorjaar van 2019. 
  • In het wetsvoorstel ATAD is een aparte paragraaf over de gevolgen voor woningcorporaties opgenomen waarbij het kabinet een lastenverlichting presenteert voor woningcorporaties tijdens deze kabinetsperiode. Dit is volgens Aedes gebaseerd op verouderde aannames. 
  • Het wetsvoorstel kent een harde renteaftrekbeperking (earnings-stripping-maatregel) van 30 procent van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA), geen eerbiedigende werking oude leningen, geen stand alone-vrijstelling en geen groepsuitzondering.
  • Het kabinet geeft een tegemoetkoming aan woningcorporaties voor toegenomen belastinguitgaven van 100 miljoen euro structureel. Dit betekent een tariefsverlaging van de verhuurderheffing van 0,03 procent (tarief gaat van 0,591 naar 0,561 procent in 2019). 
  • Het tarief van de vennootschapsbelasting (VPB) gaat van 25 procent naar 22,25 procent. Dit leidt tot ongeveer 100 miljoen euro minder VPB-last: op basis van de Prognoseinformatie (dPi) ongeveer 600 miljoen euro (excl. ATAD) en nu zo’n 500 miljoen euro (excl. ATAD). 
  • Verliesverrekening in de VPB gaat terug van 9 naar 6 jaar zonder overgangsregime.
  • De stijgende opbrengsten van de vennootschapsbelasting (VPB) dekken de afschaffing van de dividendbelasting.
  • In de milieubelastingen komt een verschuiving waardoor het verbruik van elektriciteit goedkoper is dan het gebruik van gas. 
  • Omzetbelasting lage tarief stijgt per 1 januari 2019 van 6 procent naar 9 procent. Dit leidt tot nóg hogere bouwkosten.

Administratieve lastenvermindering corporaties

  • Vanaf 1 januari 2019 werken de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw met één gezamenlijk beoordelingskader voor corporaties. Zij gaan gebruikmaken van elkaars inzichten over corporaties.
  • Ook vindt in het kader van het convenant Verbeteren Informatievoorziening Woningcorporaties een verdere verlaging plaats van de informatie-uitvraag aan corporaties.

Woningwet

  • Op basis van de uitkomsten van de evaluatie van de herziene Woningwet volgen in 2019 een wetsvoorstel en verdere beleidsmaatregelen. 
  • Positief is dat daarbij ook aandacht is voor hoe de Woningwet toekomstbestendig kan worden gehouden, gelet op de maatschappelijke opgaves waar corporaties in de komende jaren voor staan.
  • De totale kosten voor de Autoriteit woningcorporaties worden voor het jaar 2019 geraamd op ongeveer 14 miljoen euro. Dit wordt via een heffing bij de toegelaten instellingen gefinancierd.

Woningmarkt

  • Woningmarkt krijgt veel aandacht van dit kabinet
  • Prioriteiten van dit kabinet zijn naast de verduurzaming: de bouw van woningen tot 2025 structureel 75.000 per jaar en wil meer middeldure huurwoningen mogelijk maken.
  • De hypotheekrenteaftrek wordt versneld afgebouwd (van 0,5 procent naar 3 procent in 2019).

Huurmarkt

  • Om het aanbod middenhuurwoningen in de vrije sector te vergroten, is het streven om per 1 juli 2019 de Wet maatregelen middenhuur in werking te laten treden. Daarin wordt de markttoets vereenvoudigd en de Huisvestingswet 2014, waarmee gemeenten middenhuurwoningen als schaars kunnen markeren, verduidelijkt.
  • De totale uitgaven aan de huurtoeslag stijgen in 2019 naar 4,063 miljard euro. Dat is een stijging van 0,5 procent. 
  • Tot 2023 loopt de huurtoeslag op naar 4,7 miljard euro.
  • Circa 1,4 miljoen huishoudens ontvangen huurtoeslag. Voor 2018 en later verwacht het kabinet meevallers door aantrekkende economie, maar ook door lagere huurprijsontwikkeling. Deze zijn geraamd op gemiddeld 120 miljoen euro per jaar. 
  • Vanaf 2019 wordt de KAN-bepaling afgeschaft. Dit wetsvoorstel is in de Tweede Kamer aangenomen, maar moet nog door de Eerste Kamer. 
  • De dienstverlening van de Huurcommissie wordt verbeterd.

Duurzaamheid en bouw

  • De energietransitie richting 2030 en 2050 kost onvermijdelijk geld. Het kabinet zoekt naar maximale kostenefficiëntie bij de keuze van maatregelen. Het kan daarom verstandig zijn om natuurlijke renovatiemomenten aan te grijpen door de woning meteen voor te bereiden op 2050 in plaats van op 2030.
  • Het kabinet verbreedt de inzet van de middelen voor de SDE+ van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie. Mogelijk komt isolatie er ook onder te vallen.
  • In 2020 worden de nieuwe energieprestatie-eisen van kracht voor nieuwbouw (eisen voor bijna energieneutrale gebouwen).
  • In 2019 werkt het kabinet verder aan het integreren van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de bouwparagraaf van de Woningwet in de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. 

Sociaal domein

  • Het kabinet stelt vanaf 2019 zo'n 30 miljoen euro beschikbaar voor een nieuwe innovatieregeling, speciaal voor vernieuwende huisvesting (woonzorgarrangementen). 
  • Bij het maken van prestatieafspraken met corporaties gaan gemeenten expliciet aandacht besteden aan het actieplan Toegankelijkheid voor de bouw.
  • Het kabinet gaat door met de brede schuldenaanpak en wil onder andere problematische schulden tegengaan door een versterkte inzet op preventie en vroegsignalering. 
  • Het kabinet stelt 80 miljoen euro ter beschikking in de periode 2018–2020 voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede, in het bijzonder onder kinderen. 
  • De komende Wet vereenvoudiging beslagvrije voet moet voorkomen dat schuldenaren bij beslaglegging te weinig geld overhouden om in basale levensbehoeften te kunnen voorzien. Knelpunten van de huidige regeling worden ondervangen.
  • Het kabinet kijkt kritisch naar de rol die de Rijksoverheid zelf speelt als schuldeiser. 
  • Er komt een nieuw inburgeringsstelsel waarin elke vluchteling met een verblijfsvergunning een persoonlijk integratieplan krijgt. In de eerste periode betalen gemeenten de vaste lasten, zoals huur, uit de bijstand voor vergunninghouders. 
  • De huisvestingsvoorziening voor vergunninghouders loopt tot 1 januari 2021; aanvragen indienen voor huisvestingsprojecten kan tot uiterlijk eind 2018. 
  • Voor een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag reserveert het kabinet in 2019 ruim 36 miljoen euro, in 2020 32 miljoen euro en vanaf 2021 jaarlijks 26 miljoen euro.
  • In 2019 is 4,5 miljoen euro beschikbaar voor extra GGZ-expertise in de wijk, 1,5 miljoen euro voor proefprojecten met gemeentelijke meldpunten en 2 miljoen euro voor het vervolg op en behoud van de activiteiten van het schakelteam. 
  • In 2019 is er 12 miljoen euro beschikbaar aan subsidie van ZonMw voor projecten die bijdragen aan een goed werkende aanpak van verward gedrag, ook voor woningcorporaties. 
  • De Wet verplichte GGZ wordt in 1 januari 2020 ingevoerd. Er is 5,4 miljoen euro beschikbaar voor voorlichting en ondersteuning van ketenpartners. GGZ-expertise in de wijk is heel belangrijk, ook voor de aanpak van ernstige woonoverlast. Net als goede invoering van de Wet verplichte GGZ, die bemoeizorg bij mensen thuis mogelijk maakt.
  • Het kabinet werkt in 2019 aan nieuwe Ondermijningswetgeving voor de aanpak van 'ondermijnende criminaliteit'. Onderdeel daarvan is dat burgemeesters 'ruimere mogelijkheden krijgen om een woning te sluiten'. Wat dat precies betekent en hoe deze verruiming zich verhoudt tot de Wet aanpak woonoverlast, is nog niet bekend.