Proces

Woningcorporaties kiezen voor administratieve scheiding DAEB/niet-DAEB

Het overgrote deel van de woningcorporaties kiest voor een administratieve scheiding van hun zogeheten DAEB- en niet-DAEB-activiteiten. Dat blijkt uit een enquête van Aedes onder 138 woningcorporaties. Het gros van de corporaties (80 procent) is niet van plan is om na 2017 nog in zaken te investeren die buiten de sociale huursector vallen, zoals de bouw van middeldure huurwoningen.

Scheiden/splitsen
Met de nieuwe Woningwet wil de overheid de taken van woningcorporaties zoveel mogelijk terugbrengen naar Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB), hoofdzakelijk het bouwen en beheren van sociale huurwoningen met een huur onder 710,68 euro. Woningcorporaties moeten voor deze scheiding voor het eind van 2016 een voorstel indienen bij de toezichthouder. Dat kan door een juridische afsplitsing van de niet-DAEB-tak of door een administratieve scheiding van de activiteiten.

Van de ondervraagde woningcorporaties zegt geen enkele corporatie te kiezen voor een juridische splitsing. 67 procent van de corporaties bereidt momenteel een administratieve scheiding voor. 6 procent kiest voor een hybride scheiding: een administratieve scheiding waarbij onderdelen worden overgebracht bij één of meerdere dochterondernemingen. En voor 28 procent van de corporaties geldt een verlicht regime, zij hoeven hun activiteiten niet te scheiden.

Terug naar de kerntaak
Als reden geven de woningcorporaties aan dat zij zich focussen op hun kerntaken. Maar liefst 80 procent van de gevraagde corporaties zegt dat ze na 1 januari 2017 niet meer zullen investeren in niet-DAEB. En als ze dat wel van plan zijn, gaat het vooral om herstructurering van wijken.

Ook het zoveel mogelijk beperken van de administratieve lastendruk is een belangrijke reden om niet voor een juridische splitsing te kiezen. Woningcorporaties geven aan dat zij de verplichte scheiding van DAEB/niet-DAEB lastig vinden omdat het veel administratieve rompslomp met zich meebrengt.

Personeel
Het overgrote deel van de corporaties zegt dat de scheidingkeuze geen of nauwelijks personele gevolgen zal hebben. Dat geldt ook voor de corporaties die onderdelen overbrengen naar een dochteronderneming. Wel zal een derde van de corporaties extra extern personeel moeten inhuren om de scheiding op tijd rond te krijgen.

De woningcorporaties die aan de enquête hebben deelgenomen, ontvangen nog een uitgebreidere samenvatting van de resultaten.