Proces

Maatwerk voor verlicht regime mogelijk

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) geeft aan niet alleen met een rekenmachine te beoordelen of een corporatie in aanmerking komt voor het verlichte regime. De Aw hanteert de criteria uit de Woningwet, zoals opgenomen in het beoordelingskader. Zij zal alleen van de wettelijke bepalingen afwijken als sprake is van een uiterst geval. Bijvoorbeeld als er sprake is van slechts een kleine overschrijding van de criteria, en de jaren na de twee teljaren er niet of nauwelijks sprake is van niet-DAEB-activiteiten. Op verzoek van de Kamer ging het ministerie nogmaals in gesprek met Aedes en de Aw over de praktische consequenties van de regels voor het verlicht regime bij het scheiden van DAEB en niet-DAEB.

Geen algemene uitzondering
De Aw maakt geen algemene uitzondering voor de terugkoop van woningen die de corporatie eerder onder voorwaarden verkocht (VOV-woningen) of nog op te leveren niet-DAEB-woningen onder het overgangsregime. Alleen in uiterste gevallen kan het redelijk zijn om af te wijken. Dit beoordeelt de Aw alleen per individueel geval, naar aanleiding van een verzoek van een kleine corporatie om in aanmerking te komen voor het verlichte regime. Aedes raadt corporaties aan hierover contact op te nemen met de Aw. 

Het terugkopen van woningen die onder voorwaarden zijn verkocht (VOV-woningen) geldt volgens de Woningwet in veel gevallen als een niet-DAEB-investering. Voor kleine corporaties kan een terugkoop er al gauw toe leiden dat hun niet-DAEB-investeringen nu of in de komende jaren meer dan 10 procent bedragen van het totaal aan investeringen. Hierdoor dreigen deze corporaties hun bezittingen (later alsnog) administratief te moeten scheiden.