Proces

Spies: mogelijk meer ruimte voor middeninkomens

Er komt mogelijk meer ruimte bij de toewijzing van sociale huurwoningen aan lagere middeninkomens. Dat schreef minister Spies van Binnenlandse Zaken dinsdag 30 oktober in een brief aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van onderhandelingen met de Europese Commissie. De Tweede Kamer had de minister gevraagd naar de stand van zaken van deze onderhandelingen.

In de Europese Beschikking is eerder overeen gekomen dat corporaties 10 procent van de sociale huurwoningen mochten toewijzen aan huishoudens die buiten de doelgroep (met een inkomen hoger dan 34.085 euro) vallen. De minister meldt nu dat er ruimte is voor 20 procent toewijzing aan huishoudens buiten de doelgroep. Huishoudens met lagere middeninkomens kunnen daarmee beter worden bediend.

Onderzoek
De vorige minister liet door het Planbureau voor de Leefomgeving een onderzoek uitvoeren naar de slagingskans van lage middeninkomens op de woningmarkt. Daaruit bleek dat de zoektijd van lage middeninkomens naar een woning met vijftig procent is toegenomen door de Europese regeling. Dat op korte termijn ook andere partijen op de markt waarschijnlijk niet zullen zorgen voor voldoende alternatieven voor genoemde huishoudens, was voor minister Spies extra aanleiding om de toewijzing te willen verruimen.

Voorwaarden
De Europese Commissie heeft toegezegd dat Nederland hiervoor onder voorwaarden zelf een tijdelijke maatregel mag treffen. Minister Spies had daarvoor een voorstel gedaan waarbij naast de bestaande 10 procent ruimte voor toewijzing aan hogere inkomens maximaal 10 procent mag worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot 38.000 euro.

Om dat voorstel door te voeren, dient de nu geldende tijdelijke regeling eerst omgezet te worden in wetgeving. Het voorstel daartoe (de Herzieningswet) ligt nu ter behandeling in de Eerste Kamer. Daarnaast moet de tijdelijke maatregel voorzien in de volgende hoofdelementen:

• Een onderbouwing van de noodzaak van het opdragen van een nieuwe DAEB;
• Een scheiding van de kosten en opbrengsten van de DAEB- en niet DAEB-activiteiten;
• Een bepaalde termijn (deze eis vloeit voort uit het nieuwe DAEB-pakket).

De scheiding van DAEB- en niet-DAEB activiteiten en de kosten en opbrengsten daarvan kan pas plaatsvinden bij de invoering van de staatssteunregels uit de Herzieningswet. Daarin is immers pas voorzien in een administratieve (vermogens)scheiding van de activiteiten van corporaties (met een overgangstermijn van een jaar).

Minister Spies laat de beslissing om de verruiming in te voeren aan haar ambtsopvolger.