Proces

Openbare verhoren dag 7: Derivatencontracten, tussenpersonen en fees

De Vestia-treasurer, een tussenpersoon en een bankier die later ook tussenpersoon werd. Zij werden gehoord over de totstandkoming van de derivatencontracten tussen banken en Vestia. Op een aantal punten spraken zij elkaar expliciet tegen. ‘Fortis voldeed aan zijn zorgplicht’, stelt bankier Jako Groenveld. ‘Zonder de derivaten had Vestia niet zoveel kunnen investeren’ vindt Vestia-treasurer Marcel de Vries. ‘Waar zijn de Londense heren van de banken in deze enquête?‘ vraagt tussenpersoon en ‘klokkenluider’ Arjan Greeven zich af.

Exotische producten
Greeven was tussenpersoon tussen banken en Vestia. Banken verdienden veel geld aan ingewikkelde en risicovolle financiële constructies. Greeven: ‘Iedereen verdiende eraan en ik dacht lange tijd dat het goed was voor Vestia.’ Volgens Greeven begrepen alleen de banken zelf de risico’s. ‘Desondanks pompten zij al die exotische producten naar binnen.’

Groeneveld, die lange tijd namens Fortis derivaten verkocht aan Vestia, is het daar niet mee eens: ‘Wij hebben aan onze zorgplicht voldaan. We waren open over de risico’s van derivaten. Bovendien hebben we Vestia later geholpen met het omzetten van derivatencontracten in leningen.’

Gedeelde fees
Greeven ontving als tussenpersoon 20 miljoen euro aan ‘fees’ van banken voor contracten met Vestia. Daarvan ging 10 miljoen naar Vestia-treasurer Marcel de Vries. Uiteindelijk meldde Greeven dat zelf bij het OM: ‘Ik wilde het niet op mijn geweten hebben dat Vestia failliet ging.’

Nu realiseert Greeven zich dat hij fraude pleegde. Hij vermoedt dat de banken ervan wisten, maar bewust een oogje dichtknepen. De Vries bevestigt dat hij die 10 miljoen euro ontving, maar: ‘Ik vind het niet strafbaar, dat moeten juristen bepalen. Ik heb het voor mezelf gerechtvaardigd: Vestia werd niet benadeeld.’

Op vingers getikt
‘Zonder de derivaten had Vestia niet de investeringen kunnen doen die ze heeft gedaan, het was noodzaak om de rentelasten zoveel mogelijk te verlagen’, stelt De Vries. Toezichthouders stelden nauwelijks vragen en het WSW wist wat er gebeurde. Het WSW sprak volgens Groeneveld zelfs expliciet zijn goedkeuring uit over de financiële producten die hij voorstelde.

De Vries voelt zich niet verantwoordelijk voor de 2 miljard euro die de redding van Vestia kostte: ‘Daarvoor moet u bij de minister zijn.’ Eerdere financiële toezeggingen werden volgens De Vries niet nagekomen: ‘Ik denk dat WSW en CFV op hun vingers zijn getikt door het ministerie. Ik ging ervan uit dat Vestia voldoende middelen beschikbaar had om eventuele margin calls van banken te betalen. Dat geld kwam niet.'