Stap voor stap naar een landelijk woonruimteverdeelsysteem

Eén landelijk systeem waarin woningzoekenden terecht kunnen, dat is het streven van de koplopersgroep, waarin 110 woningcorporaties zijn vertegenwoordigd. Het klinkt heel logisch. Toch zal de koplopersgroep stap voor stap te werk moeten gaan, vinden Annemarieke van Ettinger – van Herk van Maaskoepel (regio Rotterdam)en Marc van der Steen van Stadlander.

‘Laat ik duidelijk zijn: ik draag een landelijk systeem een warm hart toe. Vanuit het oogpunt van een woningzoekende is het natuurlijk ideaal als hij zich maar één keer hoeft in te schrijven. Zeker voor mensen die rond de regiogrenzen wonen, zie ik grote voordelen’, licht Van Ettinger haar deelname aan de koplopersgroep toe. Maar ze wil daaraan wel direct een nuance toevoegen: ‘Met een woonruimteverdeelsysteem los je de wooncrisis niet op. Als je een woningzoekende de mogelijkheid geeft in heel Nederland te reageren op woningen, dan moet je die woningen wel kunnen aanbieden.’ Van Ettinger ziet een landelijk woonruimteverdeelsysteem dan ook als onderdeel van het totale verhaal. Daar is Van der Steen het absoluut mee eens. Woningcorporaties moeten vooral ook aan de slag met het aanbod. Op de achtergrond kan de ontwikkeling van een woonruimteverdeelsysteem stap voor stap plaatsvinden.

Wonen en werken in dezelfde regio

Afgelopen jaar is gebleken dat veel mensen prima thuis kunnen werken en niet per se gebonden zijn aan een bepaalde regio. Wie nu zoekt in een krappe markt, kan zich dus ook oriënteren op een regio met een ruimer aanbod. Van der Steen: ‘Die trend is een feit. Aan de andere kant: woningcorporaties richten zich voor een belangrijk deel op de onderkant van de markt. Dat zijn vaak mensen die niet plaatsonafhankelijk kunnen werken.’ Van Ettinger: ‘En dat geldt ook voor bijvoorbeeld docenten, verpleegkundigen of politieagenten, de middenhuur groep. We moeten niet doen alsof iedereen zo maar naar de andere kant van het land kan of wil verhuizen.’ Wil een landelijk woonruimteverdeelsysteem echt een succes worden, dan moet er dus wel een redelijk aanbod zijn, daar waar mensen werken.

Hoewel Van Ettinger een genuanceerde kijk heeft op invoering van een landelijk woonruimteverdeelsysteem, wil ze benadrukken dat het goed is om hiermee aan de slag te gaan. ‘We hebben in Nederland veel systemen en regels. Het is altijd zinvol om die van tijd tot tijd tegen het licht te houden en je af te vragen of ze nog een toegevoegde waarde hebben. Dat geldt ook voor de regiogebonden woonruimteverdeelsystemen waarmee we nu werken.’ 

Belemmeringen als kansen

Van der Steen begrijpt wel dat niet alle corporaties en gemeenten onverdeeld enthousiast zijn: ‘In bijvoorbeeld aantrekkelijke studentensteden is de krapte enorm. Die zitten niet te wachten op nog meer belangstellenden. En in landelijk gebied heerst de vraag of nieuwkomers wel bereid zijn zich te binden aan de regio. Volgens Van der Steen zijn die belemmeringen misschien juist kansen: ‘Je kunt uitstroom op gang helpen op een krappe markt. En juist in krimpgebieden kun je met aanwas van buiten je regio vitaliseren.’

Komend najaar gaat een aantal deelnemers uit de koplopersgroep experimenteren met een gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem. Van der Steen: ‘Je kunt eindeloos blijven praten, maar je moet ook gewoon proberen. Als woningzoekenden hierdoor een goede woning vinden en een volgende stap in hun wooncarrière zetten, dan is het experiment wat mij betreft geslaagd.’

Lees meer over het landelijk woonruimteverdeelsysteem of neem contact op met Pieter Schipper.