Dossier

Wijziging Warmtewet en gevolgen kosten warmtelevering

Update

De wijziging van de Warmtewet treedt later in werking dan, zoals eerder gepland, op 1 januari 2019. Een aantal artikelen, zoals de beperking van de reikwijdte, gaat in op 1 juli 2019. De overige artikelen treden in werking per 1 januari 2020. Dit heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) aan Aedes laten weten. Tot 1 juli 2019 blijven de huidige wet, het huidige besluit en de huidige regeling integraal van kracht. 

Het uitstel van invoering van de gewijzigde Warmtewet hangt volgens het ministerie onder meer samen met de trager dan verwachte behandeling van de concept-wijziging van het Warmtebesluit. Het ministerie ‘wil geen onomkeerbare stappen zetten.’ Het Warmtebesluit werkt de gewijzigde Warmtewet verder uit. Het ministerie van EZK geeft aan dat voor de artikelen die niet op 1 juli 2019 in werking treden, geldt dat die op 1 januari 2020 in werking zullen treden (volgens de huidige planning).

Na de wijziging van de Warmtewet zullen verhuurders die met blokverwarming of een warmte- en koude-opslaginstallatie warmte leveren aan hun huurders niet meer onder deze wet vallen. Dat geldt ook voor Verenigingen van Eigenaren die warmte leveren aan hun leden. Verhuurders mogen vanaf dat moment de kosten voor de warmtelevering aan huurders in rekening brengen als servicekosten. 

Besluit Servicekosten
Op aandringen van Aedes heeft de minister bevestigd dat verhuurders ook de onderhoudskosten en investeringen in de warmteinstallaties kunnen blijven doorberekenen aan de huurders. De minister heeft daarom toegezegd het Besluit Servicekosten daarop aan te passen.

Inmiddels is een concept-Besluit Servicekosten ter internetconsultatie voorgelegd. Met de aanpassing wil het kabinet duidelijk maken dat de wijziging van de Warmtewet geen gevolgen heeft voor de afrekening van de warmtekosten aan de huurder. Alle kosten die de verhuurder nu onder de Warmtewet in rekening mag brengen, kan hij straks als servicekosten naast de huur aan de huurder doorbelasten. Daaronder vallen dus ook de kosten van onderhoud en afschrijvingen van collectieve installaties.

Aedes staat in principe positief tegenover het voorstel. Aedes vindt echter dat de Nota van Toelichting scherper kan, anders kunnen er over de uitvoeringspraktijk veel geschillen ontstaan. Het nieuwe Besluit Servicekosten geeft bijvoorbeeld nog geen duidelijk antwoord op de praktische vraag hoe corporaties de afschrijving van collectieve installaties moeten berekenen. 

Geschillen voorkomen
Aedes bepleit daarom dat de Nota van Toelichting meer richting geeft over de vraag welke (afschrijvings)kosten als warmtekosten gelden en over de wijze van verrekening daarvan. Daarmee wordt de Nota van Toelichting voor de Huurcommissie, rechters, verhuurders en huurders informatiever en instructiever. En dat kan helpen geschillen te voorkomen. 

Ook de wijziging van het Besluit Servicekosten is aangehouden, met het oog op het Klimaatakkoord. De gedachte achter de wijziging is dat er een directe relatie komt tussen verduurzaming en extra betaling door de huurder, mits deze woonlastenneutraal is. Pas na afronding van de gesprekken aan de klimaattafels bekijkt BZK hoe het Besluit Servicekosten aangepast moet worden.