Verdieping

Aedes en TNO programma regisserend opdrachtgeverschap

Waar staan woningcorporaties in de ontwikkeling richting regisserend opdrachtgeverschap? Die vraag stond centraal op een bijeenkomst 31 mei 2016 waar TNO en Aedes de eerste resultaten presenteerden van een gezamenlijk traject om corporaties bij deze ontwikkeling te ondersteunen. Dick Keus, business consultant bij TNO, licht de resultaten en het vervolgtraject toe.

Leg eerst nog eens uit wat het verschil is tussen traditioneel en regisserend opdrachtgeverschap
‘Bij regisserend opdrachtgeverschap verschuift de rol van de corporatie als opdrachtgever van controle en realisatie naar regie. De corporatie gaat bouw-, renovatie- en onderhoudswerkzaamheden niet meer zelf in detail ontwerpen, maar geeft die taak aan marktpartijen. De corporatie maakt dan geen contracten meer op basis van technische eisen, zij sluit functionele contracten: dit is wat we willen, dit willen we ervoor betalen, gaan jullie het maar ontwerpen en doen. Veelvormige kleine contracten maken daarbij plaats voor uniforme standaardcontracten. Als regisserend opdrachtgever ben je op zoek naar een samenwerkingsverband van opdrachtnemers, zoals aannemers, installateurs, dakdekkers, schilders, dat jouw vastgoed adopteert.’

Wat houdt het traject van TNO en Aedes tot nu toe in?
‘We willen corporaties helpen zich te ontwikkelen tot professioneel regisserend opdrachtgever. Vijf corporaties zijn aan de slag gegaan: Woonconcept, Studentenhuisvester in Nijmegen (SSHN), ZOWonen, Thuisvester en Stek. We hebben bij deze vijf een audit uitgevoerd om de interne processen in beeld te brengen. Dat is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van regisserend opdrachtgeverschap. Op ieder niveau binnen de organisatie moet draagvlak ontstaan. De resultaten van die audits deelden we 31 mei met de deelnemende corporaties en zo’n 20 geïnteresseerde corporaties.’

En wat zijn die resultaten?
‘De vijf corporaties hebben hun interne processen nog niet goed op orde. Regisserend opdrachtgeverschap is nog niet herkenbaar in de visie en het beleid, in de competenties van medewerkers en in de inrichting van het primaire proces. En ook niet in de relatie met bewoners en de ketenpartners. Corporaties moeten meer vanuit de eindgebruiker denken dan vanuit bijvoorbeeld techniek. Neem een ventilatierooster in een flat. Als dat zorgt voor tocht als de wind erop staat, bereik je niet wat je wilt. Dan sluit een bewoner het namelijk. Over dat soort zaken moet de corporatie voor de opdracht in gesprek gaan met de bewoners. Dat gebeurt nog bijna niet. Daarnaast moeten corporatiemedewerkers leren om gekwalificeerde opdrachtnemers te selecteren en daarmee functionele contracten af te sluiten. Dat is vergelijkbaar met sollicitatiegesprekken. Dat is heel iets anders dan wat er traditioneel gebeurt: een bestek toesturen en de reacties daarop lezen.’

Wat is de volgende fase in het traject?
‘De vijf corporaties gaan in pilots concreet aan de slag. Daarvoor maken we een zogeheten A-3 plan. Geen vuistdik dossier, maar een toegankelijk beleids-en uitvoeringsplan. De voordelen van regisserend opdrachtgeverschap zijn voor de deelnemende corporaties inmiddels duidelijk. Zo zijn de faalkosten bij traditioneel opdrachtgeverschap groot, gemiddeld 10 procent. Dat komt onder meer door gebrekkige communicatie, door onvoldoende aandacht voor de uitvoerbaarheid tijdens de ontwerpfase en omdat bij levering de eindgebruiker niet centraal staat. Volwassen regisserend opdrachtgeverschap kan dit voorkomen. Er is dan ook geen sprake meer van meerwerkkosten omdat de corporatie aan de voorkant zegt: dit is wat het mag kosten. Vergelijk het met de koop van een auto, dan betaal je ook geen meerkosten.’

Na de zomer organiseren TNO en Aedes een symposium om de pilotresultaten te verspreiden zodat alle corporaties ermee aan de slag kunnen.

Meer weten over regisserend opdrachtgeverschap? Lees de visie van Aedes over dit onderwerp.