Proces

Steun in Kamer voor nieuw stelsel bouwkwaliteit

Het nieuwe stelsel voor het borgen van de bouwkwaliteit komt zeer waarschijnlijk na stemming door de Tweede Kamer. Dat bleek tijdens een Kamerdebat op donderdag 16 februari 2017 over het wetsvoorstel Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. Opdrachtgevers, zoals woningcorporaties, krijgen in de nieuwe wet een sterkere positie en de aansprakelijkheid van aannemers wordt vergroot. De Tweede Kamer stemt op 21 februari over het wetsvoorstel.

Aannemers zijn nu na oplevering niet verantwoordelijk voor gebreken, tenzij sprake is van een ‘verborgen gebrek’. Woningcorporaties lijden hierdoor veel schade, schreef Aedes eerder in een brief aan de Tweede Kamer. De aansprakelijkheid is met de nieuwe wet veel beter geregeld. 

Maar Kamerlid Albert de Vries (PvdA) vindt dat er toch nog ruimte voor discussie blijft. Hij wil daarom een waarschuwingsplicht voor aannemers, waarmee zij verklaren dat ze een woning zo goed als foutloos kunnen bouwen. Volgens De Vries zal zijn amendement er toe leiden dat aannemers zich veel meer dan nu moeten afvragen of zij een opdracht foutloos kunnen uitvoeren. 

Het CDA diende eerder een amendement in om alleen voor particulieren te regelen dat een bouwer bij fouten aansprakelijk is. Aedes stuurde samen met andere opdrachtgevers een brief aan de Tweede Kamer om dit te ontraden. In het debat uitte minister Plasterk zich negatief over dit voorstel van het CDA.

Toezicht
Met het wetsvoorstel verdwijnt de beoordeling van bouwplannen vooraf door gemeenten. Private partijen zijn straks verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging en worden gecontroleerd door een op te richten onafhankelijke toetsingsorganisatie.

Kosten
Er blijven zorgen bestaan over de kosten van het nieuwe stelsel. Zeker als de gemeentelijke leges niet dalen. Aedes pleit al langer voor een daling van die leges. Plasterk beloofde dit kritisch te zullen volgen en zo nodig over een tijdje de gemeenten alsnog een maximum op te leggen.

Vervolg
De Tweede Kamer stemt op 21 februari 2017 over het wetsvoorstel en de verschillende aanpassingen. Daarna gaat het wetsvoorstel nog naar de Eerste Kamer. Het is de bedoeling dat de wet in 2018 al ingevoerd wordt en daarna na drie jaar wordt geëvalueerd.