Wet- en Regelgeving

Wat mag een corporatiebestuurder verdienen?

Update

De beloningen van bestuurders van woningcorporaties zijn aan een maximum gebonden. Maar welke regels gelden er eigenlijk?

Sinds 1 januari 2013 mogen bestuurders in de (semi-)publieke sector volgens de Wet Normering Topinkomens (WNT) niet meer dan 130 procent van een ministerssalaris verdienen. Voor corporatiedirecteuren geldt daarbij een ‘staffel’: het maximumsalaris is ook afhankelijk van het aantal woningen dat een corporatie verhuurt en het aantal inwoners van de gemeente waarin de corporatie actief is. Ook geldt er een overgangsregeling. Bestuurders die vóór 2013 een beloning hadden boven de norm, mogen die nog vier jaar houden. Daarna moeten zij hun beloning binnen drie jaar afbouwen naar de nieuwe norm.

De bedragen zijn een optelsom van salaris, onkostenvergoeding en de pensioenbijdrage van de werkgever. De componenten zijn communicerende vaten: bij een hogere pensioenbijdrage moeten salaris of onkostenvergoeding worden verlaagd.

De Eerste Kamer stemde op 22 december 2014 in met een verdere verlaging van de topinkomens in de (semi)publieke sector. Daarmee werd het maximum verlaagd van 130 naar 100 procent van het ministerssalaris. Deze verlaging voor de (semi)publieke sector is in januari 2015 ingegaan. Minister Blok vond het echter te kort dag om deze nieuwe norm al meteen te vertalen in een nieuwe staffel voor corporaties en stelde de verdere verlaging uit. 

Bekijk ook de editie van de Staatscourant waarin de regeling werd afgekondigd.