Ruimere urgentieregeling helpt om dakloosheid te voorkomen

Woningcorporaties in negen Brabantse gemeenten, waaronder Eindhoven, Helmond en Nuenen, werken samen om dakloosheid tegen te gaan. Dat gaat gemakkelijker nu de gezamenlijke urgentieregeling van deze gemeenten is aangescherpt en opgenomen in de nieuwe gemeentelijke huisvestingsverordeningen die op 1 januari 2020 ingingen. Zeker in het licht van de huidige coronacrisis is deze aanscherping een welkome verbetering ten opzichte van voorheen.

Onder de oude regeling konden de corporaties in bepaalde situaties pas veel later helpen, waardoor het persoonlijke leed zich opstapelde, vertelt Joris Verbeek, manager Klant en Markt bij woningstichting Helpt Elkander in Nuenen.

Tijdelijk onderdak

Verbeek: ‘Sommige woningzoekende kwamen onder de oude regeling niet in aanmerking voor urgentie, omdat ze hun eigen probleem hadden opgelost. Iemand moest zijn huis uit en trok dan tijdelijk in bij vrienden of familie. Dat tijdelijke onderdak was reden voor afwijzing, dus zijn eigen proactieve houding brak hem op.’

‘In de nieuwe regeling kan hij wel urgentie krijgen, mits deze woningzoekende uiteraard ook voldoet aan alle andere voorwaarden. Tijdelijk onderdak is op zich nog steeds geen reden voor urgentie.’

Urgentie wegens te hoge woonlasten

Ook zijn de mogelijkheden voor urgentie door te hoge woonlasten verruimd. De woningzoekende moet wel kunnen aantonen dat hij zich heeft ingespannen om zijn financiële problemen op te lossen. Ook moeten zijn woonlasten onevenredig hoog zijn in verhouding tot het inkomen.

In de oude situatie raakten mensen soms diep in de schulden als zij hun inkomen zagen dalen en in een koopwoning of geliberaliseerde huurwoning zaten, vertelt Joris Verbeek. ‘Dan moest hun huis gedwongen worden verkocht of ze werden door de verhuurder op straat gezet. Pas daarna konden ze urgentie aanvragen, maar dan was hun financiële situatie aanzienlijk verslechterd.’

Niet méér urgenties, maar vroeger

Zeker in het licht van de huidige coronacrisis is de aanscherping van de gemeentelijke huisvestingsverordening dus een welkome verbetering ten opzichte van voorheen. Volgens Joris Verbeek leidt de aanscherping niet tot méér urgenties, alleen tot een vroegere verstrekking. Hij verwacht daarom niet dat er verdringing optreedt, hoewel het nog te vroeg is voor een definitieve uitspraak.

‘Het gaat vooral om een reparatie van de regelingen. Ook voorheen kwamen deze mensen in aanmerking voor urgentie, maar pas veel later, met veel persoonlijk leed tot gevolg.’ Wel monitoren de woningcorporaties hoe de toewijzing aan urgente woningzoekenden zich verhoudt tot de reguliere verhuur. ‘We streven naar een verhouding van 25 procent urgent en 75 procent regulier. Als dat stelselmatig blijkt te veranderen, wordt in overleg met de gemeente gekeken of aanvullende sturing nodig is.’

Lees wat woningcorporaties nog meer doen voor huurders, daklozen, medewerkers en om de bouw op gang te houden.