Toelichting match voorraad en doelgroep

De indicator Match voorraad en doelgroep is in 2017 toegevoegd aan de deelscore Beschikbaarheid van prestatieveld Beschikbaarheid & betaalbaarheid van de Aedes-benchmark. De nieuwe indicator weerspiegelt de verhouding tussen de omvang van de voorraad van een corporatie en de vraag naar sociale huurwoningen tot de aftoppingsgrens. Dit is de eerste indicator in de benchmark die expliciet de vraagdruk meet.

Voorraad
De voorraad bestaat uit alle zelfstandige woningen met een huurprijs tot de hoogste aftoppingsgrens en alle onzelfstandige wooneenheden van een corporaties (beide alleen DAEB-bezit, maar exclusief intramuraal zorgvastgoed1). Deze gegevens zijn afkomstig uit de Verantwoordingsinformatie (dVi). Verondersteld wordt dat onzelfstandige eenheden een huurprijs tot de hoogste aftoppingsgrens hebben. 

Doelgroep (vraag)

De omvang van de potentiële doelgroep wordt gevormd door drie groepen huishoudens: 

  1. Huishoudens die behoren tot de doelgroep huurtoeslag én wonen in een corporatiewoning of particuliere huurwoning, ongeacht de huurprijs. Huishoudens binnen de doelgroep huurtoeslag die woonachtig zijn in een koopwoning worden niet meegeteld. 
  2. Huishoudens buiten de doelgroep huurtoeslag woonachtig in corporatiewoningen tot de aftoppingsgrens. Deze doelgroep wordt bij de vraag meegeteld omdat zij woningen ‘bezet houdt’ die daardoor op een bepaald peilmoment niet voor de doelgroep huurtoeslag beschikbaar zijn. 
  3. Als derde is rekening gehouden met de vraag vanuit (semi-)starters (zoals inwonende kinderen of scheidende paren). 

De vraag van buitenlandse migranten is vanwege gebrek aan informatie buiten beschouwing gelaten. De gegevens zijn afkomstig van de Lokale Monitor Wonen (LMW)2 en van het WoonOnderzoek Nederland 2018 (WoON). 
 
De omvang van de potentiële doelgroep wordt per gemeente bepaald en vervolgens toegedeeld aan een corporatie. Dit wordt gedaan op basis van het aandeel DAEB-woongelegenheden van die corporatie ten opzichte van het totaal aantal DAEB-woongelegenheden van corporaties plus huurwoningen met een huur tot de hoge aftoppingsgrens3 van de niet-DAEB-tak en van particuliere verhuurders. 

In onderstaand schema staat waar de meegetelde voorraad4 en de meegerekende doelgroep uit bestaan.

Eindberekening
De uiteindelijke score (percentage) op de indicator wordt als volgt berekend: 
(voorraad : doelgroep) x 100%

Een waarde boven de 100% wil zeggen dat een corporatie in haar werkgebied meer woningen tot de aftoppingsgrens in haar voorraad heeft dan de omvang van de (potentiële) doelgroep. Een percentage lager dan 100% duidt op een tekort aan woningen. Zo geeft een waarde van 80% aan dat de corporatie acht woningen heeft voor elke tien huishoudens die een corporatie zou kunnen bedienen. 
________________________________

  1. Bij het berekenen van de matchindicator in de Benchmark 2017 en 2018 is intramuraal zorgvastgoed wel meegenomen. Met ingang van Benchmark 2019 gebeurt dat niet meer. 
  2. Huishoudens in woningen met als eigendom ‘onbekend’ volgens de LMW worden bij de huishoudens in een huurwoning opgeteld. Deze categorie omvat voornamelijk huishoudens woonachtig in een onzelfstandige wooneenheid. 
  3. Deze woningen worden meegenomen bij het bepalen van het marktaandeel om tegemoet te komen aan het feit dat in bepaalde gemeenten een substantieel deel van de huurtoeslagdoelgroep gehuisvest is in particuliere huurwoningen. 
  4. De onzelfstandige eenheden die worden meegeteld zijn exclusief intramuraal zorgvastgoed.