Toelichting op het prestatieveld Onderhoud en verbetering

Het prestatieveld Onderhoud en verbetering bestaat uit drie deelscores: Instandhoudingskosten, Technische woningkwaliteit en door de huurder Ervaren woningkwaliteit. Deze drie deelscores geven gezamenlijk de onderhoudsprestaties van een woningcorporatie weer.

Deelscore Instandhoudingskosten

De deelscore Instandhoudingskosten is gebaseerd op de verantwoordingsinformatie (dVi). De kosten en investeringen zijn onderling tussen corporaties niet goed te vergelijken omdat de administraties van corporaties verschillen. Daarom zijn alle onderhoudskosten en investeringen voor de instandhouding van de woningvoorraad samengevoegd tot instandhoudingskosten. Deze kosten zijn onderling wel vergelijkbaar. De cijfers over de instandhoudingskosten zijn via de benchmarkportal op dezelfde manier verzameld, gestructureerd, gevalideerd en geanalyseerd als de cijfers over de bedrijfslasten. 

Kosten wel onderling vergelijkbaar

De uit dVi afkomstige onderhoudskosten zijn onderling vergelijkbaar door het toepassen van de handleiding functionele winst-en-verliesrekening en deze waar nodig te corrigeren met ruisfactoren. Op deze manier zijn bijvoorbeeld de personeelslasten van een eigen technische dienst toegerekend aan de onderhoudskosten. Daardoor zijn de cijfers van corporaties met een eigen technische dienst vergelijkbaar met de cijfers van corporaties die het onderhoud hebben uitbesteed.

Deelscore Ervaren woningkwaliteit

De deelscore Ervaren woningkwaliteit meet wat de huurder vindt van het onderhoud van de woning. Dit wordt gemeten via de huurdersraadpleging die voor het prestatieveld Huurdersoordeel wordt georganiseerd, met een aselecte steekproef. De deelscore is bepaald door de gelijknamige indicator.

Deelscore Technische woningkwaliteit

De deelscore Technische woningkwaliteit maakt de objectief technische kwaliteit van woningen inzichtelijk. Aedes gebruikt vanaf dit jaar de Energie-indicator EP2 (vorig jaar de Enerrgie-Index) om deze deelscore te operationaliseren. Op dit moment bestaat nog geen indicator die beter op eenduidige wijze een onderling vergelijkbare technische conditiescore oplevert. Voor de EP2 zijn gegevens gebruikt uit de SHAERE-database. Corporaties leveren hiervoor gegevens aan via de softwarepakketten Vabi Energy Assets. 

Vergeleken met andere prestatievelden, zijn er meer woningkenmerken die de score van de corporatie op het gebied van onderhoud bepalen. Daarom is er een mogelijkheid om binnen de Aedes-benchmark op deze kenmerken te verbeteren. Dit gebeurt door het berekenen van een zogenaamde ‘instandhoudingsindex’.

Toelichting op de benchmarkresultaten voor prestatieveld Onderhoud & verbetering
 
Indicator Beschrijving Databron Meetperiode
Geharmoniseerde instandhoudingskosten De totale kosten en uitgaven (in EUR per gewogen vhe) voor instandhouding en verbetering van de woningen van de corporatie, inclusief de door de corporatie aan onderhoud en verbetering toegerekende ruisfactoren (bedrijfskosten) dVi en benchmarkportals (Aedes en/of SBR) Verslagjaar (dVi) 2020
Ervaren woningkwaliteit Oordeel (rapportcijfer) van huurders over de ervaren kwaliteit van de woning. Dit is gemeten via een aselecte steekproef onder huurders verspreid over de woningen in de portefeuille van een corporatie.  Aselect onderzoek door een door de corporatie ingehuurd onderzoeksbureau, of door de corporatie zelf uitgevoerd onderzoek. September 2020 t/m augustus 2021
Energie-index De Energie-indicator 2 (EP2) is een, in 2021 nieuwe, maat voor de energiezuinigheid van een gebouw en wordt uitgedrukt in een getal. Hoe lager het getal hoe beter de energieprestatie. Rekenmethodiek: NTA8800. SHARE-database. Corporaties hebben via de softwarepakketten Vabi Energy Assets hiervoor gegevens aangeleverd. Juli 2020 t/m juli 2021