Wet- en Regelgeving

Aandachtspunten en wijzigingen in dVi 2018

Enkele aandachtspunten bij dVi 2018 en wijzigingen ten opzichte van dVi 2017 zijn relevant voor het onderdeel Beschikbaarheid & Betaalbaarheid (B&B) van de Aedes-benchmark. Deze worden hieronder opgesomd.

WOZ-bezitstabel
Een van de indicatoren van prestatieveld B&B is de gemiddelde (netto) huurprijs (DAEB). Voor het juist bepalen van de gemiddelde (netto) huurprijs per corporatie, is het van belang dat corporaties met volgende aandachtspunten rekening houden.

  • Netto huur: de huur per woning dient de netto huur (ofwel kale huur) te zijn, dus exclusief (alle) servicekosten. Dit is hetzelfde huurbegrip als waar de huursom in dVi 2017 (par. 2.2 B2) betrekking op had.
  • Leegstand: voor woningen die ultimo jaar (peildatum) leeg staan, dient de laatst gehanteerde huurprijs te worden opgegeven. In dVi 2017 moesten corporaties bij het invullen van de huursom (par. 2.2 B2) voor leegstaande woningen nog uitgaan van de streefhuur (‘moet-post’). Dat is nu dus de laatst gehanteerde huur.
  • Nieuwbouw: voor woningen die gedurende het jaar aan de voorraad zijn toegevoegd en ultimo jaar nog niet zijn verhuurd, dient de huurprijs 0,01 te worden opgegeven (ook dit is anders dan dVi 2017 par 2.2 B2). Voor nieuwbouwwoningen die ultimo jaar wel zijn verhuurd, moet gewoon de geldende huurprijs worden opgegeven.

Toewijzingen (dVi 2018, par. 5.2)
Voor de volledigheid wijzen we hier nogmaals op wat er in de toelichting op de uitvraag van dVi 2018 staat (pagina 34):
Huurders van onzelfstandige woongelegenheden hebben in de regel geen recht op huurtoeslag. Het is van belang dat deze toewijzingen NIET worden verantwoord onder 5.2.1, zodat geen vervuiling bij de berekening van de passendheidsnorm optreedt. Uitzondering op deze regel zijn onzelfstandige woongelegenheden, waarvoor wel huurtoeslag verkregen kan worden. Hiervoor geldt dat een verzoek van de corporatie/ intermediaire verhuurder aan de Belastingdienst is gehonoreerd om deze woningen voor begeleid wonen (bijvoorbeeld Thomashuizen) of groepswonen voor ouderen aan te wijzen, zodat bewoners wel in aanmerking komen voor huurtoeslag. Dat geldt ook voor studentenwoningen die in het verleden door de Belastingdienst in dit kader zijn aangewezen. De toewijzingen met betrekking tot de door de Belastingdienst aangewezen complexen moeten wel onder 5.2.1 worden verantwoord.