FAQ

Negen vragen over het Woondiensten Cafetaria Systeem

Welke arbeidsvoorwaarden kunnen tegen elkaar worden uitgeruild?

1. Welke arbeidsvoorwaarden kunnen tegen elkaar worden uitgeruild?
De arbeidsvoorwaarden waarvan de werknemer geheel of gedeeltelijk afziet door deze als inzet te gebruiken in het cafetariasysteem, worden bronnen genoemd. De door CAO-partijen vastgestelde bronnen zijn de bovenwettelijke vakantieuren, vakantietoeslag, vergoeding voor werk buiten de normale werktijden, salaris, bereikbaarheidsdienstvergoeding en de jubileumgratificatie.
De arbeidsvoorwaarden die een werknemer kan verkrijgen of uitbreiden, worden in het cafetariasysteem doelen genoemd. De doelen zijn vakantie-uren, levensloop, spaarloon, geld, vakbondscontributie en een fietsenplan. Aan de genoemde bronnen en doelen kan de werkgever na overleg met de ondernemingsraad nog de bedrijfseigen regelingen toevoegen.

2. Welke rol speelt de ondernemingsraad bij het Woondiensten Cafetaria Systeem?
De bepaling van het moment van de keuzeronde, de keuzeperiode en de peildatum waarop de uurwaarde van de bronnen en doelen wordt vastgesteld, vindt plaats na overleg tussen de werkgever en de ondernemingsraad. Gebruikelijk is een keuzeronde in de maand november, een keuzeperiode gelijk aan een kalenderjaar en een peildatum van 1 januari. In verband met de werkkostenregeling en met name het bepalen van de vrije ruimte in een jaar, is het prettig om de keuzeronde eerder in het jaar te laten plaatsvinden.

Ten slotte stelt de werkgever pas na overleg met de ondernemingsraad vast of en zo ja welke bedrijfseigen regelingen als bron en/of als doel worden opgenomen in het Woondiensten Cafetaria Systeem. De term 'na overleg' betekent dat de werkgever en de ondernemingsraad over het onderwerp overleg dienen te voeren, maar dat de werkgever hierbij de beslissende stem heeft.

3. Waarom is de omvang van de bronnen beperkt tot de in de keuzeperiode te ontvangen vergoeding?
Alle bronnen in het WCS zijn in omvang beperkt tot de in de keuzeperiode te ontvangen vergoeding. Bij de bronnen: 'vergoeding voor werk buiten de normale werktijden van de onderneming', 'bereikbaarheidsdienstvergoeding' en de 'jubileumgratificatie' is deze tekst ook letterlijk in artikel 9.4.1 CAO Woondiensten vermeld. Grondslag hiervoor is een fiscale regel waardoor in cafetariasystemen uitsluitend in de toekomst nog te verkrijgen arbeidsvoorwaarden mogen worden ingezet. Dit betekent onder meer dat opgespaarde vakantie-uren uit voorgaande jaren niet als bron mogen worden ingezet in het WCS.

4. Heeft deelname aan het WCS consequenties voor de pensioengrondslag?
In cafetariasystemen geldt een fiscale regel (besluit van 22 februari 2002, nr. CPP2001/3047M) die bepaalt dat als een medewerker niet meer dan 30% van zijn salaris inzet ter besteding aan een bepaald doel, de pensioengrondslag gelijk blijft. Het pensioen wordt dan dus berekend over het oorspronkelijk pensioengevend loon van vóór de keuzes zoals die gemaakt zijn in het cafeteriasysteem. Zo lang een medewerker binnen die 30% blijft, heeft deelname aan het WCS dus géén consequenties voor de pensioengrondslag.

5. Moeten de extra verkregen vakantie-uren in de keuzeperiode worden opgenomen?
Nee, deze vakantie-uren worden op opgeteld bij het vakantiesaldo van de werknemer en verjaren pas na verloop van vijf jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. De werknemer dient het moment van opnemen van deze vakantie-uren te zijner tijd echter wel met zijn leidinggevende te overleggen. Op grond van gewichtig bedrijfs- of dienstbelang kan de werkgever zich verzetten tegen het moment van opnemen van deze vakantie-uren.

6. Hoe kunnen bedrijfseigen regelingen worden toegevoegd aan het WCS?
De werkgever kan na overleg met de ondernemingsraad bedrijfseigen regelingen toevoegen aan het WCS. De werkgever heeft hierbij een beslissende stem. Er kan gedacht worden aan diverse bedrijfseigen regelingen, zoals een bedrijfs-fitnessregeling, een studiefaciliteitenregeling of een verlofregeling voor lokale feestdagen.

7. Heeft deelname aan het WCS consequenties voor de hoogte van de vakantietoeslag?
Deelname aan het WCS kan voor de werknemer consequenties hebben op bijvoorbeeld fiscaal gebied, voor de sociale verzekeringen en het pensioen. Deze consequenties zijn voor rekening van de werknemer en worden niet door de werkgever gecompenseerd. Enige uitzondering hierop is de consequentie voor de vakantietoeslag.

Als een werknemer een deel van zijn salaris inzet in het WCS, zou hierdoor in principe de vakantietoeslag worden verlaagd. Deze consequentie wordt door artikel 9.7 CAO Woondiensten gecompenseerd. Dit gebeurt door de waarde van de eigenlijke verlaging van de vakantietoeslag op te tellen bij de bron salaris. Een werknemer kan hierdoor dus iets meer salaris inzetten als bron, omdat het bedrag wordt verhoogd met 8% ter compensatie van de waardeverlaging van de vakantietoeslag.

Een voorbeeld ter verduidelijking:
Stel een medewerker heeft 100 euro salaris. De vakantietoeslag (8%) is dan 8 euro. Als deze medewerker besluit om bijvoorbeeld 20 euro van zijn salaris in te zetten als bron in het WCS, wordt de vakantietoeslag: 8% van 80 euro is 6,40 euro. Dit is ( 8 euro minus 6,40 euro) 1,60 euro lager dan zijn oorspronkelijke vakantietoeslag. Deze 1,60 euro wordt daarom opgeteld bij de bron van 20 euro. In totaal kan de medewerker in dit voorbeeld dus 21,60 euro inzetten als bron in het WCS.

8. Kunnen de leeftijduren worden ingezet in het WCS?
Ja, de extra bovenwettelijke uren die een werknemer op grond van zijn leeftijd conform artikel 7.2 CAO Woondiensten verkrijgt, kunnen als bron worden ingezet in het WCS. Het zijn namelijk bovenwettelijke vakantie-uren die de werknemer in de keuzeperiode zal verkrijgen.

9. Kunnen de extra roostervrije uren uit artikel 10.9 worden ingezet in het WCS?
Nee, de extra roostervrije uren die een werknemer verkrijgt op grond van zijn loopbaanontwikkelingsbugdet. kunnen niet worden ingezet in het WCS.