Wet- en Regelgeving

Samenloop transitievergoeding en CAO

Sinds 1 juli 2015 hebben werknemers recht op een transitievergoeding bij een ontslag na minstens twee jaar dienstverband. De CAO Woondiensten biedt onder omstandigheden ook een vergoeding bij ontslag, zoals artikel 2.12 (aanvulling WW-uitkering bij onvrijwillig ontslag) en artikel 2.13 CAO Woondiensten (schadeloosstelling wegens inkrimping of interne reorganisatie). In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag of uw medewerker recht kan hebben op de transitievergoeding én artikel 2.12 of artikel 2.13 CAO Woondiensten.

Transitievergoeding: geen dubbele betalingen
Het kabinet heeft besloten tot een overgangsregeling om te voorkomen dat werkgevers dubbel moeten betalen als zij tot 1 juli 2015 nog gebonden zijn aan bijvoorbeeld een CAO of sociaal plan of individuele afspraken over vergoedingen of voorzieningen bij ontslag. In deze overgangsregeling wordt een onderscheid gemaakt tussen lopende collectieve afspraken met verenigingen van werknemers en overige, lopende afspraken.

Lopende collectieve afspraken (CAO of sociaal plan)
Over lopende collectieve afspraken met vakbonden is geregeld dat deze voorgaan op de transitievergoeding. Dit zijn afspraken tussen werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers (vakbonden) over vergoedingen of voorzieningen in een CAO of sociaal plan.

De artikelen 2.12 CAO Woondiensten (aanvulling WW-uitkering bij onvrijwillig ontslag) en artikel 2.13 CAO Woondiensten (schadeloosstelling wegens inkrimping of interne reorganisatie) zijn voorbeelden van collectieve afspraken. Deze CAO-afspraken gaan voor op de transitievergoeding. Een werkgever is in dat geval dus geen transitievergoeding verschuldigd aan een medewerker. Dit is alleen anders als expliciet met de medewerker is overeengekomen dat hij (ook) recht heeft op de transitievergoeding, in aanvulling op artikel 2.12 of 2.13 CAO Woondiensten. De transitievergoeding moet ook betaald worden als de medewerker geen recht heeft op artikel 2.12 of 2.13 CAO Woondiensten (bijvoorbeeld geen onvrijwillig ontslag).

De overgangsregeling (CAO gaat voor transitievergoeding) geldt tot 1 juli 2016. Als er op 1 juli 2016 nog collectieve afspraken gelden over vergoedingen en voorzieningen bij ontslag, gaan zij niet meer voor op de transitievergoeding. Werknemers kunnen dan aanspraak maken op de transitievergoeding en vergoedingen en/of voorzieningen uit de CAO.

Overige lopende afspraken (individuele afspraken of afspraken met OR)
Voor de overige, lopende afspraken is een keuzemodel geïntroduceerd. Hieronder vallen individuele afspraken en met de OR. Een medewerker kan kiezen voor ofwel het respecteren van de overige, lopende afspraken ofwel de transitievergoeding. Kiest een medewerker voor de transitievergoeding, dan moet wel expliciet afstand worden gedaan van zijn recht op de vergoedingen of voorzieningen uit de overige, lopende afspraken. Een medewerker zal de hoogte van zijn transitievergoeding afzetten tegen de vergoedingen of voorzieningen waarop hij recht heeft op grond van de overige, lopende afspraken. Vervolgens zal hij een keuze moeten maken.

Informatieverplichting werkgever
Bij het keuzemodel is van belang dat een werkgever zijn medewerker correct en schriftelijk informeert over de voorwaarden waaronder de transitievergoeding verschuldigd is, de hoogte van de transitievergoeding en over de vergoedingen of voorzieningen waar de werknemer al (op basis van eerdere afspraken) recht op had. Vanaf het moment dat een medewerker daarover is geïnformeerd, heeft hij vier weken de tijd om een keuze te maken. Maakt hij die keuze niet of niet tijdig, dan vervalt het recht op de transitievergoeding. Dan blijft natuurlijk nog wel het recht op de overeengekomen vergoedingen en voorzieningen staan.

Heeft een werkgever geen of onjuiste/onvolledige informatie verstrekt op basis waarvan een medewerker een beslissing heeft genomen, dan is deze beslissing (mogelijk) vernietigbaar.