FAQ

Vragen over pensioenaanspraken bij vertrek

Gedwongen ontslag in de corporatiebranche neemt toe, blijkt uit de bedrijfstakinformatie van Aedes. Wat betekent vertrek uit de branche voor bepaalde pensioenaanspraken bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties?

Welke gevolgen heeft vertrek voor het extra Flexpensioen?
Werknemers die al voor 1998 pensioen opbouwden hebben een voorwaardelijk recht op extra Flexpensioen. Mits zij tot op heden ononderbroken in de branche werken. Dit extra pensioen is voorwaardelijk omdat de medewerker dit pensioen kwijtraakt als hij de branche verlaat. Uitzondering hierop is als de medewerker binnen drie maanden weer gaat werken binnen de branche. Hij kan dus drie maanden tussen twee banen zijn voordat dit gevolgen heeft voor het extra pensioen. Voor onvrijwillig vertrek, zoals bij werkloosheid, kan het bestuur van Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW) besluiten dat het extra pensioen niet vervalt als de medewerker binnen zes maanden weer aan het werk gaat binnen de ¬branche.

Welke invloed heeft een afvloeiingsregeling of non-activiteitsstelling op het extra
Flexpensioen?
Een medewerker die met Flexpensioen wenst te gaan aansluitend aan een periode van non-activiteit dan wel met een afvloeiings¬regeling, verliest zijn recht op extra Flex¬pensioen. Daarbij verstaat het pensioenreglement onder een afvloeiingsregeling elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst waarbij de werkgever een vergoeding betaalt als compensatie van het gemiste loon. Ook een ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de rechter onder toekenning van een vergoeding valt hieronder. Bij een non-activiteitsregeling gaat het reglement uit van een regeling van de werkgever met de werknemer waarbij de arbeidsovereenkomst in stand blijft, het loon wordt doorbetaald en de werknemer hoeft niet of nauwelijks werkzaamheden te verrichten.

Wat is de achtergrond van deze regels?
Deze regels vloeien voort uit de historie van de VUT- en de Vroegpensioenregeling. De rechten daarvan zijn omgezet in het voorwaardelijk extra Flexpensioen. Doelstelling van de regeling(en) is dat medewerkers vanuit een actief dienstverband eerder met pensioen kunnen gaan. Daarbij wordt het niet redelijk gevonden om een medewerker toch nog dit extra pensioen uit te keren, wanneer die al door een afvloeiingsregeling, een non-activiteitsregeling of een ontslagvergoeding vroeger met pensioen kan gaan. Want werk¬gevers en medewerkers moeten dit pensioen opbrengen.

Wat gebeurt er met partnerpensioen bij vertrek uit de branche?
Als een medewerker niet meer in de branche werkt, maar zijn pensioenaanspraken wel heeft laten staan bij SPW, dan heeft de partner bij overlijden nog steeds recht op partnerpensioen van SPW. Dat komt omdat het partnerpensioen bij SPW is opgebouwd. Zolang de medewerker wel in de branche werkt, wordt elke maand geld gestort in een ‘spaarpot’. In tegenstelling tot sommige andere pensioenregelingen waarbij partnerpensioen op risicobasis is verzekerd. De hoogte van het partnerpensioen is afhankelijk van het bedrag in de spaarpot op het moment dat de medewerker de branche ¬verlaat. Voorgaande geldt niet als bij vertrek uit de branche het partnerpensioen is afgekocht of overgedragen door waardeoverdracht aan een ander pensioenfonds.

Bron: Aedes-Magazine 25-26/2011