Proces

Het beloningsonderzoek in de Woondiensten opgeleverd

In het akkoord over de CAO Woondiensten 2014-2016 hebben CAO-partijen met elkaar afgesproken een beloningsonderzoek uit te voeren. Het onderzoek richt zich op drie vragen: 

  1. In hoeverre is het loongebouw van de CAO Woondiensten concurrerend met de loongebouwen van een aantal arbeidsmarktconcurrenten in de (semi)publieke sector?
  2. Is de marktconformiteit van het loongebouw van de CAO Woondiensten evenwichtig in relatie tot die van de beloning van directeur-bestuurders?
  3. Levert het onderbrengen van de beloning van de directeur-bestuurder in de CAO een bijdrage aan evenwichtige beloningsverhoudingen in de sector en zo ja, in hoeverre?

Het proces
Begin 2016 hebben sociale partners een commissie ingesteld om het onderzoek te begeleiden. Hierin waren zowel werkgevers als werknemers vertegenwoordigd. In februari 2016 is de commissie gestart met het vaststellen van de uitgebreide opdrachtformulering. Er is een programma van eisen opgesteld waaraan het onderzoeksbureau die de opdracht ging uitvoeren zou moeten voldoen. Verder heeft de begeleidingscommissie sectoren en bedrijven uit de (semi)publieke sector geselecteerd waarmee de beloning in de Woondiensten zou worden vergeleken. Er is gekozen voor bedrijven die nét als woningcorporaties een externe klant hebben en functies in zowel de technische sfeer, áls de financieel-administratieve sfeer áls functies die gericht zijn op contact met en service aan de klant. De vergelijkingsgroep bestond uiteindelijk uit: gemeenten, provincies, ROC’s, UWV, SVB, AFM, GasUnie, Havenbedrijf Rotterdam, NS en Eneco. 
Op 8 juni 2016 heeft Hay Group de opdracht gekregen het onderzoek uit te voeren. 

Uitgangspunten bij het onderzoek
Voorafgaand aan het onderzoek hebben CAO-partijen een aantal uitgangspunten geformuleerd:

  • Basis voor het onderzoek was dat er wordt gekeken naar de inhoud van een functie en de waardering hiervoor; ongeacht de naam/titel van een functie. De waardering wordt voor alle functies herleid naar de meetmethode van Hay. Hierdoor worden ‘appels met appels’ vergeleken;
  • Om de vergelijking zuiver te houden wordt de inhoud van (standaardbepalingen in) CAO’s en wet- en regelgeving met elkaar vergeleken; eventuele afwijkingen of persoonlijke toeslagen in de praktijk blijven buiten beschouwing;
  • Naast informatie over loon wordt ook de gebruikelijke arbeidsduur verwerkt in het onderzoek; bij een verschil in gemiddelde arbeidstijd zijn de salarissen herrekend naar een arbeidstijd van 36 uur per week (zoals in de CAO Woondiensten);
  • Aanvullende vaste looncomponenten in CAO’s, zoals vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen of een 13e/14e maand worden meegenomen en herrekend naar bruto maandsalaris;
  • Secundaire arbeidsvoorwaarden worden buiten beschouwing gelaten; met uitzondering van flexbudgetten, voor zover deze betrekking hebben op een zuivere uitruil van tijd en geld;
  • De peildatum voor het onderzoek (en de gebruikte gegevens) is 1 januari 2016.

De resultaten van het onderzoek.
Het onderzoek geeft een antwoord op alle drie de onderzoeksvragen. Hieronder worden de belangrijkste resultaten per deelvraag beschreven. Als je het hele onderzoeksrapport wil lezen, klik hier voor het eindrapport en de bijlage van Hay.

1.    Is het loongebouw Woondiensten concurrerend?
Het jaarsalaris in de Woondiensten blijkt, ongecorrigeerd voor arbeidsduur, 1 procent boven het gemiddelde van de vergelijkingsgroep te liggen. Wordt dit jaarsalaris herrekend naar een gemiddelde werkweek van 36 uur, dan ligt het salaris in de Woondiensten 5 procent boven het gemiddelde van de vergelijkingsgroep. Het startniveau van de salarisschalen ligt, gecorrigeerd voor arbeidsduur, 16 procent boven het gemiddelde van de vergelijkingsgroep.

2.    Hoe zit het met de marktconformiteit van het loongebouw Woondiensten en de beloning van directeur-bestuurders?
Het was aanvankelijk de bedoeling om de beloning van de directeur-bestuurders van woningcorporaties (in de staffelregeling van de WNT) te vergelijken met de salarissen van de raden van bestuur van de vergelijkingsgroep. Tijdens het onderzoek bleek dit technisch niet mogelijk te zijn. In dit soort situaties kiest Hay Group er standaard voor om een vergelijking te maken met functies in de algemene markt die even zwaar zijn gewogen. Vergeleken met soortgelijke functies in de algemene markt ligt het salaris van directeur-bestuurders in de Woondiensten 15 procent onder het gemiddelde.
Als het salaris van directeur-bestuurders samen met het loongebouw in de Woondiensten in een grafiek wordt gezet, ontstaat een vloeiende lijn. De management functies in het loongebouw Woondiensten liggen gemiddeld 4 procent lager dan de salarissen van de directeur-bestuurders.

3.    Evenwichtiger beloningsverhoudingen door het onderbrengen van de directeur-bestuurder in de CAO?
Om de vraag of en op welke wijze het onderbrengen van de beloning van de directeur-bestuurder in de CAO een bijdrage levert aan evenwichtige beloningsverhoudingen te kunnen beantwoorden, zijn er ook diverse interviews afgenomen. Er is gesproken met diverse vertegenwoordigers van vakbondszijde, de VTW en de NVBW. Hay Group concludeert dat er in de sector Woondiensten sprake is van evenwichtige beloningsverhouding. Zij geeft aan dat het in Nederland hoogst ongebruikelijk is om directeur-bestuurders onder de werkingssfeer van dezelfde CAO als die voor de werknemers te laten vallen. Daarbij wordt de beloning van de directeur-bestuurder inmiddels wettelijk gereguleerd door de Wet Normering Topinkomens (WNT). Op grond hiervan is er geen reden de huidige positionering van de directeur-bestuurder ter discussie te stellen. Hay Group wijst er ten slotte op dat de CAO-partijen die de CAO Woondiensten afsluiten noch de vertegenwoordigers zijn van de directeur-bestuurder in de hoedanigheid als ‘werknemer’, noch de vertegenwoordigers zijn van de toezichthouders in hun hoedanigheid als ‘werkgever’.

Hoe nu verder?
Deze resultaten zijn uiteraard van groot belang bij de voorbereiding van de CAO-onderhandelingen 2017. Bij zowel werkgevers als werknemers spelen ze een rol bij het bepalen van de inzet voor de komende onderhandelingen. De Bestuursadviescommmissie Arbeidsvoorwaarden woningcorporaties (BAC) gaat een concept werkgeversinzet formuleren, waarbij de resultaten van het beloningsonderzoek betrokken worden. Deze concept-inzet zal aan de leden worden voorgelegd. Aan de hand van de reacties van de leden zal de BAC een advies over de definitieve werkgeversinzet aan het Aedes-bestuur voorleggen. Het bestuur zal over de uiteindelijke inzet beslissen. Nadat dit traject is afgerond kunnen de CAO-onderhandelingen 2017 starten. Dit zal naar verwachting in maart 2017 zijn.