Blok: ‘Corporaties hebben genoeg ruimte om heffing te betalen' 01-03-2013
Woningcorporaties
kunnen de verhuurdersheffing financieren met extra inkomsten door het gewijzigde
huurbeleid. Als ze de ruimte tot huurverhoging niet (volledig) benutten vanwege
marktomstandigheden of betaalbaarheidsoverwegen dan kunnen ze de heffing
opbrengen door verkoop van woningen of besparingen op bedrijfslasten. Dat
concludeert minister Blok (Wonen) in zijn brief over de uitwerking van het
huurbeleid en de verhuurdersheffing. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV)
heeft berekend dat het woonakkoord weliswaar gunstiger uitpakt voor corporaties
dan het regeerakkoord, maar dat investeringen nog steeds onder druk staan.
Verhuurdersheffing
Met de extra inkomsten uit
inkomensafhankelijke
huurverhogingen kunnen corporaties de verhuurdersheffing betalen, schrijft
minister Blok. Voor 2013 is de heffing 50 miljoen euro en loopt op naar 1,7
miljard in 2017, zoals eerder aangekondigd in het
woonakkoord.
De minister stuurt de Tweede Kamer voor de zomer een wetsvoorstel waarin de
heffing vanaf 2014 wordt geregeld. ‘In beginsel ga ik daarbij uit van een
vormgeving gelijk aan die voor de heffing in 2013.’
Tekort
De inkomsten uit extra huuropbrengsten lopen op van 364 miljoen in 2013 tot 1,8
miljard in 2017, schrijft minister Blok. Zijn conclusie is dus dat de heffing
structureel kan worden betaald uit de extra opbrengsten. Voor de periode van
2014 tot 2017 geldt dat niet: in 2014 geldt een tekort van 440 miljoen euro, in
2015 een tekort van 260 miljoen en in 2016 een tekort van 70 miljoen.
Bedrijfslasten
Woningcorporaties moeten dit tekort opvangen door verkoop van woningen aan
bewoners en institutionele beleggers, waarvoor de minister de regels wil
versoepelen. Een besparing op de bedrijfslasten van ten minste 10 procent
(jaarlijks 350 miljoen) moet mogelijk zijn, schrijft de minister. Op die manier
moeten ook de woningcorporaties in regio’s waar de maatregelen door
marktomstandigheden ongunstig uitvallen de ontstane tekorten opvangen.
Investeringen onder druk
Het woonakkoord pakt aanzienlijk gunstiger uit voor de investeringscapaciteit
van woningcorporaties dan het regeerakkoord, concludeert het Centraal Fonds
Volkshuisvesting (CFV) in haar doorrekening. Daarin gaat het CFV nog wel uit van
het woningwaarderingsstelsel en de inkomensafhankelijke huurverhogingen,
aangezien er voor de aangekondigde alternatieven nog geen concreet voorstel
ligt.
Wel waarschuwt het CFV dat de investeringen ook door het woonakkoord onder druk staan, omdat hierdoor de vermogenspositie van woningcorporaties vermindert. Individuele corporaties kunnen in financiële problemen komen: de solvabiliteit van 43 corporaties komt onder de kritische grens van 15 procent.
Veel minder nieuwbouw
De
CFV-cijfers
bevestigen de voorlopige berekeningen op basis van het woonakkoord, die
Aedes eerder publiceerde. Daaruit bleek een iets positiever beeld ten opzichte
van het regeerakkoord Rutte II. Maar de heffing gaat onvermijdelijk ten koste
van investeringen van woningcorporaties en de nieuwbouw komt op een aanmerkelijk
lager niveau te liggen. De komende jaren mag een nieuwbouwproductie van niet
meer dan 10.000 tot 13.500 huurwoningen verwacht worden.
Huurdersbelasting
Aedes handhaaft de kritiek op de aanpak van het kabinet: de verhuurdersheffing
sluist geld van huurders door naar de schatkist waardoor dat niet kan worden
ingezet voor investeringen. Terwijl die broodnodig zijn om de bouw en de
economie op gang te houden. In feite legt het kabinet huurders zo een extra
belasting op en gebruikt ze woningcorporaties als belastingkantoor. Vooral
huurders en bouwvakkers die werkloos worden zijn de dupe.
Praktische documentatie
- Brief minister Blok aan Tweede en Eerste Kamer over vormgeving en effecten huurbeleid en verhuurdersheffing - 28 februari 2013 Download pdf
- Doorrekening woonakkoord en brief Centraal Fonds Volkshuisvesting - 28 februari 2013 Download pdf